Woordje van Julien Busscher (secretaris)
Vrienden,
Nu ben ik volwassen en heb ik grijze haren, maar eens was ik klein als jongetje geboren te Menen op 20-06-1954 en door mijn moeder naar mijn wiegje gedregen. Daar lag ik te kraaien van dolle pret te Geluveld. Je moet weten toen op de wegen reden er veel wagens die nu al een serieuze leeftijd van oldtimer gepasseerd zijn. Je kon er nog rustig rondtoeren de benzine was spotgoedkoop. Je kon er nog echte grand cru benzine tanken uit een zeer mooie prachtige benzinepomp met bediening van een vriendelijke mijnheer of mevrouw. Meestal gekleed in een mooie blouse of hemd van het merk. Een heel contrast met nu waar we bijna afwaswater zelf moeten tanken uitgespuwd door een koele en lelijke ‘in mijn eigen ogen toch’ pomp. Enkele jaren later de wieg uitgegroeid kon ik al lopen. Mijn oogjes en oortjes reageerden op alles wat maar voortbewoog met een motortje. De ene met al meer muziek dan de andere. Kortom ik werd erdoor gefascineerd. Voor ons huis passeerde een eind verderop een drukke weg voor die tijd althans naar de kust. Oh wat ik daar allemaal heb zien voorbij passeren. Een snelheidsbeperking was er nauwelijks daar de meeste wagens nauwelijks een topsnelheid hadden van 120 km/h. En de blauwe mannen reden nog met een ouwe minerva jeep of de heren zwaantjes met hun Harley’s. Ik zag ze niet graag, maar hoorde ze wel graag komen. Mensen wat een mooi geluid maakten die machines, maar het was nog te zien welke zwaan erop zat de ene zwaan schudde meer met haar staart dan de andere.
Jaren verstreken de communies waren voorbij. De korte broek ontgroeid, de baard nog niet op de kin, maar wel in de keel. Midden de jaren zestig begonnen er her en der mensen uit mijn omgeving een wagen aan te schaffen. Ik kende die mensen meestal wel uit mijn omgeving en daar er dikwijls werd overgegaan van een 2 naar 4 wieler. Je kon het al raden het waren gouden dagen, voor afgedankte brommers. Als 16-jarige was het toen het neusje van de zalm. Als je toen kon pronken met een flandria. Voor de jongens van goeden huize was dat meestal een rekord of een rally. Liefst met voetschakkeling en een dellarto carburator. Je kon er zo de benzine horen naar binnen stromen, maar voor mij was dat wel even anders. Of liever had ik het anders voorgesteld.
Thuis ik maar zagen en trekken aan de mauw van pa en ma voor een flandria. Waar het zuigertje zo vlot op en neer hing van contentement. Iemand die minder content was, was de schrijver van dit verhaal. Ik mocht een brommer hebben maar een mobylette. Geheel nieuw – teleurstelling allom. Ik wilde een echte brommer tussen mijn billen. Met een echte benzinetank zo kon het ding ook sturen met je knieën en het machien in toeren jagen. Maar niet getreurd de zoektocht kon beginnen zoals ik al schreef er was genoeg stuf hier en daar aanwezig. Her en der werd er een brommer op de kop getikt, maar het moest er één met versnellingen zijn het mobyllete trauma was nog niet voorbij. Meestal waren het brommers van verschillende merken, maar toen was flandria wel de betere en meest gekende. Na verloop van tijd had ik her en der nogal wat bijeengesprokkeld en kon ik mijn fantasie laten werken. Mijn renstal begon vorm te krijgen. Eentje voor cros, één voor de weg en nog een hele hoop reserve spulletjes. Kwestie van niet zonder te vallen. In die tijd mocht de jeugd en kon zich nog uitleven met een andere vorm van vrije tijd men was veel verdraagzamer. Met enkele vrienden legden we ons zakgeld bijéén op zondag. Dan gingen we naar een mooie pomp met vriendelijke mevrouw en haalde een volle jerycan vuurwater dat jawel stonk naar echte benzine.
De cros kon beginnen in de weide van de boer. Uitlaat eraf en gas geven. De koeivlaaien vlogen om onze oren. Buren stonden te genieten in plaats van te zeuren en te bellen over lawaaioverlast. En de boer die zag dat het goed was, kortom iedereen was gelukkig en de zondag namiddag was voorbij. Het sleutelen kon beginnen.
Na de brommerperiode werd ik opgeroepen door vadertje staat om mijn land te dienen. Alhoewel ik er het nut niet van inzag om mensen te leren doodschieten. Omdat de hoge heren een meningsverschil hebben. Toch heb ik geprobeerd het beste ervan te maken op sociaal vlak en omgang met respect voor elkaar. Uiteraard heb ik mijn legerrijbewijs gehaald en met alles gereden wat ik maar vast kon krijgen. Uitgezonderd tanks, ja daar zat wel de vlam in de pijp, zo stinken en wat een lawaai. Na mijn legerdienst was het uitkijken naar een eigen vierwieler. We zaten toen in de gouden rallyjaren. Keuze was er genoeg en ik voelde mij piloot maar met een beperkt budget.
Je had toen de keuze op de tweedehandsmarkt van ja de historics van nu. BMW 2002 1602 ti, NSU 1000 TT, Kadett Rally, Ford Escort gt-mexico, Opel Manta a, Ascona a, Datsun 1600 SS, Fiat 124 special, Renault R8, Simca rally, … Dus werd het een Opel kaddet coupe B, maar wel standard. Met het uitzicht van een brave huisvader auto, het mobylette trauma stak weer zijn kop op. De zoektocht kon beginnen haar hebbedingetjes om het brave autotje een rallybolide uitzicht te geven. De 12 duim wieltjes werden vervangen door mata a wielen van 13 duim. De 4 fietspompen die eronder zater werd geruild voor 4 Koni dubbelwerkende dempers.
De voorstoeltjes werden vervangen door 2 zetels van een simca rally1. Een klein stuurtje voor het snelle bochtenwerk en uiteraard aan voorkant konden de 2 verstralers S.E.V. Marchal niet ontbreken. In een later staduim werd de motor nog vervangen door een 12s met een bewerkt cilinderkop en 2 dubbele soles carburators van een echte rally kadett die gestuurd werd naar de eeuwige jachtvelden door zijn vorige eigenaar. Ergens halfweg de jaren tachtig werd besloten met een paar vrienden tussen pot en pint deel te nemen aan rallysprints toen ook heel populair. De keuze viel op een Escort mkI het was makkelijk toen voor 12,5 euro kon je er al één op de kop tikken. De wagen werd in eigen atelier opgebouwd en het team bestond uit 2 mechaniekers + 1 piloot. Ikzelf was mechanieker. Juga racing was geboren. Het plezier was van korte duur de wagen knalde in de rallysprint van Hooglede op een weide afsluiting met betonnen paaltjes. Jammer voor de paaltjes maar van de escort was het vuur van onder de kroketten. Einde mkI periode. Maar de motor was nog intakt gelukkig het was een 1600 kent rallymotor. Enkele jaren later ja wij hadden nog een goede motor beslisten we om oval te rijden het mandes circuit. In de sportklassen tot 1600c. Het was veiliger en er stonden geen paaltjes. De motor werd ingebouwd in een MKII. Niet roest maar van de schroothoop. Vering aangepast, racebanden gekocht. Ja wij deden dat niet slecht in het eerste jaar. Tweede jaar verliep alles in dezelfde lijn en voor mij was dit het laatste dat ik nog mee bezig was met rallysport.
Nu zijn mijn hobby’s de historische rallysport en ben ik de vader van het Klaksongetje,
Groeten Julien,